Nieuws & blog

Onderzoek: voorschoolse educatie heeft zin

Achterstanden van 2- en 3-jarige kinderen kunnen door goede voorschoolse educatie worden teruggedrongen. De kwaliteit van voorzieningen speelt hierin een belangrijke rol. Dit blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Pre-COOL onderzoek

Pre-COOL is een langlopend onderzoek dat in 2009 is gestart om de effecten van deelname aan voor- en vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van jonge kinderen te onderzoeken.Gekeken is hoe peuters met een verhoogd risico op een ontwikkelingsachterstand, vergeleken met kinderen zonder verhoogd risico ontwikkelen op het gebied van woordenschat, selectieve aandacht, Cito taal- en rekenscores en speelwerkhouding. Vervolgens is een relatie gelegd tussen deze ontwikkelingsaspecten en de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen.

Voordat ze op vierjarige leeftijd naar school gaan hebben de meeste kinderen een peuterspeelzaal, voorschool of kinderdagverblijf bezocht. Een deel van deze kinderen heeft een verhoogd risico op een ontwikkelingsachterstand en neemt met een 'VE-indicatie' deel aan voorschoolse educatieve programma's (VE). Meestal zijn het kinderen van laagopgeleide ouders, die soms ook een andere thuistaal spreken. Van deze kinderen is uitvoerig gedocumenteerd dat hun onderwijsprestaties en -loopbanen achterblijven bij die van kinderen met hoger opgeleide ouders. De overheid stelt daarom voor deze groep financiering beschikbaar, waarmee kindplaatsen in voorschoolse voorzieningen en een specifiek programma-aanbod kunnen worden gerealiseerd. Maar leveren deze inspanningen ook op wat ervan wordt verwacht?

Kinderen met een risico op achterstand zitten vooral op peuterspeelzalen of voorscholen, die in overgrote meerderheid gebruik maken van een VE-programma. Een deel van die kinderen gaat naar de kinderopvang. Ook daar wordt in toenemende mate gewerkt met een VE-programma. De kwaliteit van deze instellingen blijkt in het algemeen hoger te zijn dan in instellingen zonder VE-programma. Ook blijkt: hoe meer kinderen met een VE-indicatie op een locatie, hoe beter de uitvoering van het VE-beleid en hoe hoger de kwaliteit.

De meeste kinderen met een VE-indicatie gaan dus naar instellingen met een VE-programma en van een hogere kwaliteit. Zij krijgen een stimulerend en taalrijk aanbod. In vergelijking met andere landen doet Nederland het wat dat betreft best goed.

Inhaalslag

Maar hebben de kinderen ook baat bij deelname aan instellingen voor voorschoolse opvang en educatie? Het blijkt dat de achterstand van de kinderen met een verhoogd risico op een ontwikkelingsachterstand ten opzichte van kinderen zonder verhoogd risico in de voorschoolse periode weliswaar niet helemaal wordt ingelopen, maar wel substantieel afneemt. Op woordenschat en op de aandachtfunctie, dat wil zeggen de mate waarin kinderen in staat zijn hun aandacht vast te houden bij een taak of activiteit, maken doelgroepkinderen een inhaalslag. Voor rekenen is geen inhaaleffect gevonden (achterstanden blijven gelijk). Voor de speelwerkhouding is juist een licht toenemende achterstand geconstateerd. Waar dit laatste precies mee te maken heeft moet nog verder worden onderzocht. 

De data geven ook aanwijzingen dat het gebruik van een VE-methode niet alleen leidt tot een groter aanbod aan taal- en rekenactiviteiten, maar ook tot meer begeleiding en verrijkt spel in de groepen, een andere factor die blijkt samen te hangen met de ontwikkeling van kinderen op verschillende domeinen. Het lijkt wel uit te maken hoe één en ander wordt aangeboden. De uitkomsten suggereren dat het aanbieden van taal, rekenen en andere vormen van cognitieve stimulering als afzonderlijke activiteiten, minder effectief is dan het inbedden in gevarieerde speelwerkvormen gedurende de hele dag. Beter geen 'lesjes' dus die sterk vanuit de pedagogisch medewerker zijn gestuurd en maar een enkele keer per dag worden aangeboden in een grote kring (de manier waarop de VE-methode vaak wordt geïmplementeerd). De voorzichtige conclusie is dat deelname aan een voorschoolse voorziening met een VE-programma kan compenseren voor onvoldoende stimulatie in de thuisomgeving, mits de uitvoering van het programma en daarmee de kwaliteit van de voorziening op orde is.

Segregatie

Het maakt voor kinderen met een VE-indicatie uit welke voorschoolse instelling zij bezoeken: een hoge educatieve kwaliteit en gebruik van een VE-programma zijn voor hen essentieel. Die kenmerken zijn vaker aanwezig in voorzieningen waar een concentratie van kinderen met een VE-indicatie aanwezig is. Dat kan echter segregatie in de hand werken. Om dat te voorkomen wordt opvang en educatie in een gemengde setting bepleit, bijvoorbeeld in integrale kindcentra (ikc's), waarin voor- en vroegschoolse, schoolse en buitenschoolse voorzieningen worden geïntegreerd.

De gemengde setting zou ook voor de cognitieve ontwikkeling van doelgroepkinderen gunstig kunnen zijn, omdat kinderen met achterstand kunnen leren van kinderen zonder achterstand. Een belangrijke uitdaging is de voordelen van zo'n universele voorziening optimaal te combineren met een aanpak, waarin extra aandacht is voor kinderen in achterstandssituaties. 

Meer nieuws & blogs