Nieuws & blog

Fantasievol gedacht - blog Wietske Pen

Als er iets is waar ik ontzettend van geniet bij jonge kinderen, dan is het wel hun fantasie. Hoe ze van ‘niets’ opeens ‘iets’ weten te maken. Hoe ze met zelfbedachte oplossingen komen op (zelfbedachte) problemen. De oplossingen klinken in mijn volwassen oren vaak onrealistisch en wonderlijk, maar juist daardóór spreken ze me zo aan!

Eén van de redenen waarom jonge kinderen zo’n levendige fantasie hebben, is om antwoorden te vinden op vragen. Jonge kinderen ervaren veel maar snappen niet altijd het ‘hoe’, ‘waardoor’ of ‘waarom’. Hun fantasie biedt antwoorden op voor hen onbegrijpelijke vraagstukken: ‘Waar de stem uit de radio vandaan komt? Er zit gewoon een mannetje in de radio.’ ‘Hoe het komt dat mijn grote papa in dat hele kleine vliegtuigje in de lucht past? Mijn papa gaat vast door een verkleinmachine.’ ‘Waarom de maan achter de wolken is? De maan speelt natuurlijk verstoppertje!’ 

Kinderen verzinnen zelf een passend antwoord en hoewel er een grote kans bestaat dat die niet strookt met de daadwerkelijke realiteit werkt het voor kinderen bevredigend: ze hebben een antwoord waar ze zich in kunnen vinden en waardoor ze de greep op de (lees: hun) werkelijkheid behouden.

Wanneer kinderen opgroeien en meer meemaken gaan ze steeds meer verbanden leggen en begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Waar eerst de fantasie een grote rol speelt in het begrijpen van de wereld en het zich daarin staande houden, verdwijnt de fantasie steeds meer naar de achtergrond. Kinderen leren rationeel naar zaken te kijken: er bestaan radiofrequenties, door afstand te nemen lijken zaken kleiner en doordat er wolken zijn is de maan niet altijd zichtbaar. Het magisch denken wordt minder, realiteitsbesef neemt toe en de fantasievolle, creatieve oplossingen worden minder ver gezocht.

Waar eerst kinderen vol geloven in Sinterklaas, komen vanzelf de vragen. “Waarom komt iemand uit Spanje naar Nederland om juist míj cadeaus te geven? En hoezo met een boot, het vliegtuig is toch veel sneller!” en “Waarom hebben Pieten zulke gekke kleren aan?” Ervaring en kennis doven de verwondering uit en de prikkel om fantasievolle oplossingen te bedenken wordt minder. Redenatie en realiteit nemen de overhand. Betekent dit dan het eind van de fantasie? Nee, dat zeker niet, het zal tot aan de dood blijven bestaan. Wanneer wij dagdromen over vakanties, buitenaardse wezentjes of hoe het nieuwe bloemenperk eruit moet zien gebruiken we net zo goed onze fantasie en vervagen de grenzen van 'mogelijk' en 'onmogelijk'. De fantasie krijgt een ‘volwassen’ invulling, maar diep vanbinnen blijft het fantasievolle kind aanwezig. Het is aan ons om het van tijd tot tijd speelruimte te geven. Want, zo zei Einstein al: “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je  overal.”

Wietske Pen, specialist voorschoolse educatie SKA

Meer nieuws & blogs