Nieuws & blog

Voor de bakker - column van Ingeborg van Rijssel

Daar zitten ze: in een hoekje van het speelplein. Twee jongens en een meisje. Zij zit op een gele fiets, de jongens hebben een lang stuur met wiel (een zeer gewild object). Ik wil graag dat object hebben; ik heb het beloofd aan een kleine nieuweling die ik vooral bezig moet houden tijdens het buiten spelen. Mijn hersens kraken terwijl ik op ze af loop. Hoe ga ik ze dit object tactisch ontfutselen? 

Ze staan en zitten daar al een tijdje met het geclaimde materieel. Ze spelen hartstikke lief daar. Quasi nonchalant vraag ik: Is het gezellig hier? (Dat is toch een aardige inleiding denk ik... Niemand vermoedt mijn snode plannen.) 

Het meisje kijkt op en kijkt naar het rode hek naast haar. "Ik ben de bakker". Aha, denk ik. Kraak kraak doen mijn hersens, pedagogisch nu, Ingeborg! 

"En wat maakt de bakker vandaag?" 

Steels kijk ik naar het stuur met wiel. Het jongetje zit erop. Ik schat mijn kansen in.

"Koekjes" zegt het meisje trots. Het jongetje knikt. "Ik ben ook bakker" zegt hij. "Mmmm, lekker. Ik ben DOL op koekjes" zeg ik natuurlijk. (Moet hun vertrouwen even winnen. Niet met de deur in het bakkershuis vallen.)

"Zeg bakker, heb je dit apparaat nog nodig?" vraag ik op mijn liefst... en kijk het jongetje hoopvol aan. (Ik hoop natuurlijk dat hij nee zegt. Dat de koekjes klaar zijn. Dat ze nu moeten bakken en het object overbodig is)

Hij kijkt naar het wiel en dan naar mij. Hij moet de hebberigheid in mijn ogen gezien hebben. Mijn plan, mijn belofte, mijn smekende ogen... en hij zegt "Die is van mij!"

Hij houdt het ding nog steviger vast. 

Kraak, kraak, doen mijn hersenen. Ik kijk om naar het nieuwelingetje achter mij. Oohhh, niet zo kijken alsjeblieft. Met je grote bruine kijkers. Zie dan hoe ik mijn uiterste best doe voor jou...

Ik besluit om voor de dag te komen met mijn plan en ik gooi mijn charmes in de strijd. Ik doe een beroep op zijn gevoel. Zijn vermogen om graag te willen delen (wat natuurlijk bij een 3-jarige totaal niet aan de orde is). "Kijk, dat kindje wil ook graag even met het stuur. Jij hebt het stuur al zo lang. Mag hij ook even?" Ik hou mijn adem in. Hoe zoet is mijn stem en hoe pedagogisch kun je zijn? Het is erop of eronder nu...

Dan begint de jonge bakker (waarschijnlijk toch wel enigszins in paniek om ZIJN blender, mixer, koekjesding) te roepen: "Neehee, hij is van mij, van mij, van mij!" En ik hoor een snik.

Oh nee, oh nee, oh nee, niet doen, niet gaan huilen, bakker! Dat wil ik natuurlijk niet op mijn geweten hebben. Zoute tranen in de koekjes.

Ik ga door mijn knieën en kijk hem aan: "Het is al goed bakker. Ga maar lekker verder koekjes bakken okee?" Ik aai de bakker over zijn blonde haren en hij wordt stil.

Ik draai mij langzaam om en zie daar een ander jongetje met een tweede stuur. Een beetje een luie bakker; leunend tegen het hek aan. Niks te doen. Met zijn voet op het wiel... armen over elkaar... een kille blik... 

Ik ga door weer door mijn knieën (ik kan dit eigenlijk niet met mijn artrose maar ik heb er wat voor over.)

"Hee bakker" zeg ik zwijmelend met mijn liefste stem... en kijk hem met een glimlach hoopvol aan.

"NEE!"

Geschreven door: Ingeborg van Rijssel, pedagogisch werker peuterwerkplaats bij Ska Kinderopvang

Meer nieuws & blogs