0-3 maanden

0-3 maanden

In de eerste maanden van zijn leven zijn alle acties en reacties van je baby reflexen: die gebeuren dus automatisch, zonder dat hij erover nadenkt.

Een pasgeboren baby heeft zijn vuistjes meestal gebald. Als je bij het open handje de handpalm aanraakt, klemt hij zijn vuistje automatisch om je vinger heen.

Als hij wakker is, maakt hij strek- en buigbewegingen met zijn armpjes en beentjes.

De loopreflex:

Al gauw gaan de reflexen over in onwillekeurige bewegingen, waar je baby nog niet echt controle over heeft. Zijn bewegingen zijn ‘totaal’: je kunt geen afzonderlijke bewegingen onderscheiden, zijn hele lichaampje beweegt mee.

Bij baby’s begint leren met voelen, grijpen, proeven, kijken en horen. Je baby ervaart hoe iets voelt of proeft, en merkt wat er gebeurt als hij iets doet of als zijn ouders iets doen. Als je kind bijvoorbeeld per ongeluk met een handje tegen de mobiel in de box stoot, komt er geluid uit. Na een paar keer weet je kind dit.

Rond 8 weken ontdekt de baby zijn handjes. Eindeloos kan hij ze bewegen en er aandachtig naar kijken. Zo komt hij erachter dat het zíjn handjes zijn.

In de loop van de eerste maand beginnen zijn bewegingen zich te verfijnen. Je baby krijgt langzaam meer controle over zijn lichaam. In de derde maand kan hij bepaalde bewegingen bewust herhalen. Hij kan nu ook bewegingen los van elkaar uitvoeren. Hij kan bijvoorbeeld

  • Zijn hoofdje draaien in de richting van een geluid
  • Zwaaien met zijn handjes
  • Met zijn ogen een bewegend voorwerp volgen: