Eenkennigheidsfase

Eenkennigheidsfase

Rond de 7 maanden begint het kind te beseffen dat mama of papa weg is, maar ergens anders blijft bestaan. Het begint vervolgens ook te beseffen dat maar een paar mensen, zoals de ouders, oppas, de pedagogisch werkers op het kinderdagverblijf etcetera voor hem zorgen en dat hij dus afhankelijk van deze personen is. Het besef ontstaat dat het geen grip heeft op de wereld en dat er dingen kunnen gebeuren die hij/zij niet wil. Een jong kind voelt zich hierdoor heel kwetsbaar en afhankelijk van de ouders/opvoeders. Het is bang om gescheiden te worden van zijn ouders en zijn vertrouwde verzorgers. Dit noemen we de eenkennigheidsfase. Deze begint zo rond 9 maanden.

De mate van eenkennigheid is geen gevolg van een bepaald karakter of een mate van gehechtheid aan belangrijke personen, maar meer een gevolg van opvoeding. Als je je kind vijf dagen thuis houdt en je je kind sinds de babytijd met moeite afgegeven hebt aan familieleden of zelfs je man? Zie je jezelf als hoofdverantwoordelijke en de beste verzorger? Dan is de kans op eenkennigheid groter.

Wat te doen?

  • Bedenk je dat eenkennigheid een mijlpaal is in de ontwikkeling van je kind. Je kind kan nu onderscheid maken tussen vreemd en vertrouwd.
  • Blijf praten of zing een liedje als je kind huilt als je de kamer verlaat, al voordat je kind scheidingsangst heeft of eenkennig is. Hij hoort dan dat je niet helemaal weg bent.
  • Speel vanaf dat je baby heel klein is, regelmatig kiekeboespelletjes. Leg een doekje over een speeltje of over je eigen gezicht en trek het weg. Hierdoor leert je kind dat het speeltje en mamma zelf blijven bestaan, ook al zijn ze weg.
  • Help je eenkennige kind door het vanaf je eigen schoot of arm kennis te laten maken met de 'vreemde' waar hij bang voor is.
  • Benoem de angst van je kind en verzacht het met geruststellende woorden: ik snap dat je opa een beetje eng vindt, je hebt hem ook alweer een tijdje niet gezien. Mama gaat even zijn jas ophangen, houd jij de sjaal even vast? Laat zien dat opa voor jou wel heel vertrouwd is.Vergroot langzaam de afstand tussen jou en je kind, maar blijf er wel bij. Ga telkens iets verder weg zitten en laat hiermee zien dat de situatie veilig is. Probeer dit niet allemaal op één dag, maar voer het gefaseerd in.

Eenkennigheid en het kinderdagverblijf

Het beste is het wanneer een kind op een kinderdagverblijf geplaatst wordt voordat de eenkennigheidsfase begint. Het wennen van jonge baby's gaat namelijk vaak snel. Oudere kinderen hebben vaak wat meer tijd nodig. Het is bekend dat kinderen vanaf 8 maanden heftig reageren op scheiding van hun ouders en dat het niet ongewoon is dat kinderen 4 weken nodig hebben om zich helemaal vertrouwd te voelen op een kinderdagverblijf.

Ska Kinderopvang kiest bewust voor een verticale groepsindeling op al haar kinderdagverblijven: een groep bestaat uit kinderen van 0 - 4 jaar. Een van de voordelen hiervan is dat een kind niet tijdens de eenkennigheidsfase met de overgang van babygroep naar peutergroep te maken krijgt.

Afscheid nemen op het kinderdagverblijf

Het heeft geen zin om stiekem weg te glippen, want dan leert je kind niet waar je heen gaat en denkt het misschien dat je zomaar weg kan gaan. Het is dus belangrijk bewust afscheid te nemen. Doe dit kort, maar bewust. Door bijvoorbeeld kort te benoemen wat hij aan het doen is en te zeggen dat jij nu weggaat en een kus te geven. Het is dan ook beter om niet heel uitgebreid bij het raam nog eens te gaan zwaaien, tenzij dit natuurlijk onderdeel van het  vertrouwde afscheidsritueel is. Het is ook niet handig om terug te gaan als je je kind hoort of ziet huilen, hierdoor wordt het beloond voor het huilen, want jij komt terug. Dan kun je er zeker van zijn dat hij de dag erna weer zal gaan huilen. Het punt is dat hij leert dat jij weggaat, maar aan het einde van de dag weer komt om hem op te halen.