Emotionele ontwikkeling

Emotionele ontwikkeling

Alleen wanneer een baby zich emotioneel veilig voelt, kan het zich optimaal ontwikkelen. Als er aan zijn basisbehoeften wordt voldaan, krijgt hij er vertrouwen in dat de wereld een veilige plek voor hem is. Een baby heeft behoefte aan voeding en slaap, maar ook aan lichamelijk contact, liefde en warmte. In het eerste levensjaar is een baby bezig het vertrouwen in de wereld op te bouwen. Dat is de basis voor zijn verdere ontwikkeling.

Bij de geboorte is een baby volledig afhankelijk van anderen. Hij is in deze periode nog niet aan iemand gehecht, maar zorgt er wel voor dat er iemand in zijn buurt blijft om hem te verzorgen. Door te huilen, te zuigen, te (glim)lachen, te  volgen met de ogen...

Hechting

In het eerste jaar zijn de belangrijkste relaties beperkt tot enkele opvoeders: de moeder, de vader, de begeleiders in de opvang... Het kind bouwt in die eerste periode een vertrouwensrelatie op met de personen aan wie het gehecht is. Als deze personen voortdurend en goed voor hem zorgen, geeft dit vertrouwen en voorspelbaarheid. Op die manier krijgt de baby een gevoel van veiligheid.

'Still face'-experiment

Bij het ‘bevroren gezicht’-experiment in het filmpje hieronder reageert een moeder korte tijd helemaal niet op haar baby. De baby trekt alles uit de kast om reacties bij de moeder uit te lokken en raakt na een tijdje overstuur. Je ziet in het filmpje hoe onveilig het gebrek aan interactie voelt voor de baby én voor de moeder.

Emoties

De eerste maanden na de geboorte kent een baby alleen basis-emoties als tevredenheid, belangstelling, angst, boosheid. Hij laat zich volledig door deze emoties leiden. Als hij honger heeft, wil hij onmiddellijk eten en als hij een speeltje wil, moet dat direct aan hem worden gegeven. Het zijn dan nog egocentrische wezentjes.

Zo rond de 8 maanden krijgt een kind ook andere emoties, zoals schaamte en jaloezie. Vanaf die leeftijd gaan kinderen op de gezichtsuitdrukking en houding van hun verzorger letten. Als ze bijvoorbeeld rondkruipen, zetten ze hun onderzoek voort wanneer verzorgers hen bemoedigend toelachen, maar staken hun onderzoek als verzorgers hen afkeurend of angstig toekijken. En als een kind valt, huilt het vaak pas nadat het de schrikreactie van zijn ouders of verzorgers opmerken.

Socialisatie

Naarmate een kind ouder wordt, leert het zijn emoties beter zelf te reguleren. Dat is een belangrijk onderdeel van zijn ‘socialisatie’.  Socialisatie is het proces waarbij kinderen de gebruiken, normen en waarden en rituelen van hun sociale omgeving leren. Dit proces loopt trouwens door tot in de puberteit.

Al lijkt het er soms niet op, kinderen willen zelf graag aan hun socialisatie meedoen. Zij willen graag op hun ouders lijken en dezelfde dingen belangrijk vinden. Daarom imiteren ze hun ouders ook zo veel.