Financiën

Jaarverslag 2014

Financiën

Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2014

De jaarcijfers 2014 (Balans en Winst- en Verliesrekening) zijn ontleend aan de geconsolideerde jaarrekening van de SKA. De jaarrekening is opgesteld op basis van de richtlijnen van Titel 9 BW 2 en de RJ 640 (Richtlijn voor de Jaarverslaglegging voor organisaties zonder winststreven). De geconsolideerde cijfers betreffen de resultaten van Stichting Kinderopvang Amersfoort (SKA) en van Stichting Peuterwerk Leusden (SPL). Hier vindt u de grondslagen voor de jaarrekening. Op 25 maart 2015 is door Ernst & Young Accountants LLP een goedkeurende controleverklaring afgegeven bij de (geconsolideerde) jaarrekening van de SKA.

In 2014 is een negatief resultaat, na bestemmingen, behaald van € 616.000. Het resultaat over 2014 is daarmee beduidend lager dan begroot. Dit houdt vooral verband met de teruglopende vraag naar kinderopvang en buitenschoolse opvang alsmede een toevoeging aan de voorziening inzake personeelsgerelateerde verplichtingen en huisvesting. Ook 2013 kende een fors verlies.

De teruggang in omzet met € 1.643.000 noodzaakte opnieuw tot verdere organisatie-aanpassingen om met name de omvang van overhead in verhouding te laten blijven met de gedaalde omzet. De doorgevoerde aanpassingen zijn gebaseerd op het plan 'SKA in beweging 2013/2014' en het met vakbonden afgesloten sociaal plan. In de begroting 2015 en de jaren daarna is met deze maatregelen rekening gehouden. Ten laste van 2014 zijn dotaties aan de voorziening personeelsverplichtingen verantwoord van € 285.000 en voor de voorziening huisvesting van € 46.000 voor uitgaven in 2015 samenhangend met de doorgevoerde organisatie-aanpassingen.

Door het gedaalde resultaat is in 2014 de solvabiliteit gedaald naar 26,6%. Intern hanteert de SKA een doelstelling voor de solvabiliteit van ten minste 25%. De liquiditeitsratio bedraagt in 2014 0,7. De interne norm is 1. De SKA voldoet aan de gestelde solvabiliteitseisen van banken en het Waarborgfonds kinderopvang ten aanzien van lopende financieringen. In 2014 nam de hoeveelheid liquide middelen af. Met de ING en het Waarborgfonds zijn voor 2015 en 2016 wijzigingen in de financieringsafspraken overeengekomen. Hiermee is de aflossingsdruk voor komende jaren verminderd, en de liquiditeit en werkkapitaal verbeterd. 

De dalende vraag naar kinderopvang heeft in 2014 geleid tot een daling in omzet van 9,2% ten opzichte van 2013. In 2013 bedroeg de daling 12%. De daling is een direct effect van wijzigingen in eerdere jaren in de regeling kinderopvangtoeslag en de verminderde economische situatie. In 2014 heeft de SKA hierop geanticipeerd door de opvangcapaciteit van met name kinderdagverblijven in groepen en locaties terug te brengen. De omzet van kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang laat in 2014 opnieuw een daling zien. De omzet van peuterwerkplaatsen/voorscholen (peuterspeelzalen) laat daarentegen een groei zien.

De omzet van de kinderdagverblijven is in 2014 met 13,9% gedaald. De daling is een direct gevolg van een lagere bezetting. In 2014 is de exploitatie beëindigd van kinderdagverblijven het Buitenhuis, het Speelbos en de Krullevaar. Het aantal kinderdagverblijven bedroeg eind 2014 19. De omzet van buitenschoolse opvang is in 2014 gedaald met 9,9%. De daling is een direct gevolg van een lagere bezetting, vooral buiten de schoolweken. In 2014 is een tweetal bso-locaties (de Uitkijktoren en de Savanne) gestopt/samengevoegd. Het aantal bso-locaties was per eind 2014 27.

De omzet van de peuterwerkplaatsen/voorscholen is in 2014 verder gegroeid en laat een stijging zien met 2013 van 27,6%. Het aantal peuterwerkplaats/voorschool-locaties is in 2014 uitgebreid met 4, per eind 2014 bedroeg het aantal peuterwerkplaats/voorschool-locaties 28. Daarnaast betrof de geconsolideerde omzet van de peuterspeelzalen van SPL in 2014 een vol jaar; in 2013 was dit drie kwartalen vanwege consolidatie van SPL per 1 april 2013. SPL kent een zestal peuterspeelzaalgroepen.

De personeelskosten als percentage van de omzet bedroegen in 2014 inclusief reorganisatiekosten 73,0%. Onder de personeelskosten is een incidentele last verantwoord van € 285.000 voor het treffen van een voorziening in verband met reorganisatiekosten (71,3% zonder incidentele last). De personeelskosten (exclusief eenmalige lasten) zijn  afgenomen met 9,1% (€ 1.150.000), nagenoeg een gelijk percentage als de daling in omzet. De lagere personeelskosten zijn tot stand gekomen door minder inzet van werknemers op locaties en het centraal bureau en door lagere personeelgerelateerde kosten, waaronder deskundigheidsbevordering.

De geconsolideerde huisvestingskosten zijn in 2014 met 10,4% gedaald. De huisvestingskosten als percentage van de omzet zijn ondanks de omzetdaling licht gedaald tot 17,3%. Er is in 2014 een voorziening getroffen van € 46.000 voor leegstaande ruimten op het centraal bureau en vroegtijdige sluiting van de locatie Tuijl. De daling van de huisvestingkosten is gerealiseerd door sluiting van locaties, hogere inkomsten verhuur, lagere kosten voor onderhoud van gebouw en inventaris en lagere schoonmaakkosten.

De afschrijvingskosten bedroegen in 2014 € 998.000 en zijn daarmee € 51.000 lager dan in 2013. Het sluiten van locaties heeft in 2014 tot een desinvestering geleid van per saldo € 70.000. De afschrijvingskosten zullen in 2015 en 2016 verder afnemen door terughoudendheid in nieuwe investeringen in de afgelopen jaren en het volledig afgeschreven zijn van in het verleden gedane investeringen.

De inventariskosten zijn door kostenbeheersing en opstart van minder nieuwe locaties € 18.000 lager dan in 2013 en bedragen in 2014  € 66.000. De verzorgingskosten waren in 2014 € 75.000 lager dan in 2013 en volgen daarmee de daling in omzet en kindaantallen. De kantoorkosten zijn in 2014  € 20.000 hoger dan in 2013, dit als gevolg van stijging in automatiseringskosten. De  algemene kosten zijn in 2014 € 10.000 hoger door hogere advieskosten.

Het bedrijfsresultaat is in 2014 met € 157.000 gedaald ten opzichte van 2013 en bedraagt  € -/- 694.000. De daling in omzet met € 1.643.000 is voor € 1.486.000 gecompenseerd door lagere bedrijfskosten.De rentelasten bedroegen in 2014 € 138.000, de rentebaten voor creditgelden namen af, echter door reguliere aflossingen en renteherzieningen waren de rentelasten lager. In 2014 is voor een viertal leningen de renteconditie herzien. Hierbij is de rente voor deze leningen vijf jaar vastgelegd op een gemiddeld rentepercentage van 3,55%. In 2015 dient voor één van de leningen met een omvang per einde 2014 van € 350.000 de rente opnieuw vastgelegd te worden. Het resultaat voor belastingen bedraagt € -/- 833.000. Het resultaat na belastingen en bestemming bedraagt -/- € 616.000 (-/- 3,8% van de omzet).

Ten aanzien van de activiteiten van de SKA is geen sprake van valutarisico, alle activiteiten vinden plaats binnen Nederland en transacties vinden plaats in euro’s. De SKA heeft een kredietovereenkomst met de ING. Ten aanzien van de verstrekte hypothecaire leningen zijn de rentecondities meerjarig vastgelegd en is het renterisico beperkt.

Als gevolg van de huidige financieel economische situatie neemt de kans op oninbare vorderingen toe. Dit kredietrisico wordt sterk beperkt door incassering van de ouderbijdragen in de maand voorafgaand aan de dienstverlening en actieve monitoring van openstaande vorderingen. Voor risico van openstaande vorderingen uit voorgaande jaren is een voorziening gevormd.

In 2015 wordt naar verwachting een nieuwe tender uitgezet voor VVE-activiteiten in Amersfoort in het jaar 2016. Dit betekent dat in de tweede helft van 2015 de omvang bekend wordt van de subsidietoekenning aan SKA voor 2016. Omdat dit met name landelijk beschikbare VE-middelen betreft ,wordt niet verwacht dat de financiële perikelen en preventieve ondertoezichtstelling van de gemeente Amersfoort hierop veel invloed heeft.

Voor 2015 wordt nog geen herstel van de omzet verwacht voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang in Amersfoort. De  omzet zal in 2015 nog wel dalen, maar minder sterk. De instroom van 0-jarigen heeft zich in 2014 gestabiliseerd, echter de uitstroom aan 4-jarigen is in 2015 groter door hogere instoom in eerdere jaren. Per saldo betekent dit in 2015 een daling in kindaantallen en omzet. In huisvesting en openstelling van groepen wordt hierop geanticipeerd.

In de begroting 2015 wordt een resultaat verwacht van € 120.000 voor belastingen. Hierbij is rekening gehouden met een verdere daling in 2015 van de omzet voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. De omzet van de peuterwerkplaatsen/voorscholen stijgt in 2015 verder. Door de in 2014 getroffen personele maatregelen zullen de personeelskosten in 2015 van met name (decentrale) overhead afnemen.

De ontwikkelingen worden continu gemonitord om de dalende bezetting in relatie tot wettelijke eisen en de gewenste kwaliteit in goede balans te houden. In 2015 worden beperkt investeringen gedaan en wordt naar verwachting een ruimschoots positieve kasstroom gerealiseerd. De ontwikkelingen in de eerste maanden van 2015 bevestigen dit beeld.